วันศุกร์ที่ 15 เมษายน พ.ศ. 2559

Dhammakaya

Dhammakaya



De Dhammakaya-beweging is een Thais-Boeddhistische traditie afkomstig van de Thaise tempel Wat Paknam Basicharoen in Bangkok, voorheen deel van Thonburi.
De traditie is begonnen toen de meditatiemeester Phramongkolthepmuni (1884-1959) eerst in Wat Bangpla, maar met name in Wat Paknam zijn nieuw ontdekte inzichten begon te onderwijzen.[1] Alhoewel onderzoekers en schrijvers de beweging vaak voornamelijk associëren met de Wat Phra Dhammakaya-tempel in Patumthani, zijn er in werkelijkheid vele tempels in Thailand die verbonden zijn aan Wat Paknam en in dezelfde meditatietraditie van Wat Paknam staan.[2] Wat Phra Dhammakaya staat dus wel degelijk in een traditie, en is niet een nieuwe beweging zonder wortels.
Wat Paknam en Wat Phra Dhammakaya behoren tot de Mahānikāya-orde, de oudste kloosterorde in Thailand. De meditatietraditie van Wat Paknam wordt dus gewoonlijk omschreven als "Dhammakaya-meditatie" of als "Middle Way Meditation"[3] en gaat gekenmerkt door concentratie op het middelpunt van het lichaam, visualisatie van een Boeddha in zichzelf, een kristallen sfeer, of een heldere lichtbron, en het gebruik van de mantra 'Sammā Arahaṃ'.[4][5] Dhammakaya-meditatie is momenteel één van de snelst groeiende vormen van meditatiebeoefening in Zuidoost-Azië.[6]

Phramongkolthepmuni

Phramongkolthepmuni
Phramongkolthepmuni (Sodh Candasaro; in het Thais: พระมงคลเทพมุนี; 10 oktober 1884 – 3 februari 1959) was de abt van Wat Paknam Bhasicharoen, en de stichter van de Dhammakaya-traditie vanmeditatie. Als abt van Wat Paknam wordt hij ook wel aangeduid als Luang Pu Wat Paknam, ofwel 'De eerwaarde monnik van Wat Paknam'. Hij werd bekend als meditatiemeester tijdens het interbellum en deTweede Wereldoorlog, en was een belangrijke figuur in de wederopleving van het Thais Boeddhisme in die tijd. In recente jaren hebben onderzoekers erop gewezen dat hij tevens een grote rol heeft gespeeld in het bekendmaken van het Theravāda-Boeddhisme in het Westen, een gegeven dat tot nog toe weinig bekend was onder onderzoekers.

Geboorte
Phramongkolthepmuni werd op 10 oktober 1884 geboren. Zijn lekennaam was Sodh Mikaewnoi. Hij werd geboren in een familie van rijsthandelaren in Song Phi Nong, in de provincie Suphanburi, ongeveer honderd kilometer ten westen van Bangkok. Hij ontving een deel van zijn onderwijs van zijn oom die monnik was, en was dus bekend met het kloosterleven van jongs af aan. Toen hij 14 jaar was, overleed zijn vader en moest hij de handel van zijn vader overnemen. De dreiging van dieven en andere gevaren die hij ondervond tijdens de rijsthandel wezen hem op de futiliteit van het werelds bestaan, en hij wilde voor het eerst monnik worden. In juli 1906, op 21-jarige leeftijd, trad hij in als monnik in Wat Song Phi Nong, en kreeg dePāli ordenaam Candasaro.

Opleiding als monnik

Phramongkolthepmuni werd veelzijdig opgeleid als monnik. In het oude Theravāda-Boeddhisme bestond er een tendens de traditie van meditatie, die met name mondeling werd overgedragen, te scheiden van de traditie van studie, die meer werd overgedragen door middel van geschiften.Desondanks koos Phramongkolthepmuni ervoor in beide tradities onderricht te ontvangen. In zijn dagboeknotities geeft hij aan vanaf de eerste dag van zijn intrede als monnik elke dag te hebben gemediteerd. We weten ook dat hij bij vele leraren in de leer ging voor zowel meditatie als studie, en bij verschillende tempels die als belangrijke studiecentra dienden geschriften bestudeerde.

De ontdekking van de Dhammakāya

Ondanks dat hij bij vele leraren in de leer was geweest, en de belangrijkste teksten meester is geworden in zijn studies, kreeg Phramongkolthepmuni in zijn elfde jaar als monnik een groeiend gevoel dat hij nog in gebreke was gebleven als monnik en nog niet de ware kern van de leer van de Boeddha had bereikt. In september 1917 besloot hij de moesson door te brengen in Wat Botbon, in de provincie Nonthaburi, de tempel waar hij ooit in zijn eerste jaren onderwijs had genoten. Op een zeer bijzondere avond, na de recitatie van de kloosterregel te hebben bijgewoond, besloot hij zijn leven te geven in meditatie: hij deed een gelofte dat hij niet meer van zijn plaats zou komen totdat hij de kern van de leer van de Boeddha had ervaren -- als hij niet zou slagen was hij bereid dit met zijn leven te bekopen. Diezelfde avond ontdekte hij in zichzelf wat hij later zou beschrijven als de 'Dhammakāya': een zuivere kern die in ieder mens terug kan worden gevonden, en die ook wel het 'Lichaam van de Verlichte' wordt genoemd.Overtuigd dat dit de kern van de leer van de Boeddha was, begon Phramongkolthepmuni een nieuwe fase in zijn leven. In zijn dagboeknotities staat over dit moment geschreven:
"De Dhamma (d.w.z. de innerlijke ervaring van de leer van de Boeddha) is dus zodanig diepzinnig! Wie zou zit kunnen bedenken? Het ligt voorbij het denken. Zolang we nog ons denken gebruiken, kunnen we het niet bereiken. Men moet het bewustzijn en het denken verenigen en tot stilstand brengen. Maar als we tot stilstand komen, verdwijnt het bewustzijn en het denken. Wanneer dat verdwijnt, ontstaat de Dhamma. Als dat niet verdwenen is, kan de Dhamma niet ontstaan. Overweeg dit allen, dit is de werkelijkheid. Dit is de sleutel: als de juiste balans niet op deze manier bereikt wordt, is er absoluut geen weg."

Abt en leraar

Phramongkolthepmuni heeft een groot deel van zijn leven besteed aan het verdiepen en uitdragen van de meditatiemethode die hij Vijjā Dhammakāya noemde ('de kennis van de Dhammakāya'), en die later bekend zou worden als 'Dhammakaya-meditatie' of 'meditatie ter wille van het bereiken van de Dhammakāya'. In de loop der tijd ontwikkelde en verfijnde hij de meditatiemethode steeds meer, en verkreeg hij en zijn leerlingen steeds nieuwe inzichten. Een belangrijke leerlinge van Phramongkolthepmuni was de non Djan Khonnokyoeng. Hij prees haar met de woorden dat ze de voornaamste leerling in meditatie was, en ongeëvenaard. Een jaar later nadat hij de Dhammakāya bereikte, werd Phramongkolthepmuni een positie als abt van Wat Paknam toegewezen. Over een zeer lange periode tot zijn dood in 1956, wist Phramongkolthepmuni Wat Paknam uit te bouwen van een half leeggelopen tempel tot zowel een centrum van meditatieonderricht, als een studiecentrum voor Pāli en de Boeddhistische leer. Hij stelde altijd de ontwikkeling van mensen voorop. Hij speelde tevens een belangrijke rol in de bevordering van het regulier onderwijs in de omgeving van Wat Paknam en was een sleutelfiguur in de bouw van Putthamonthon, het officiële bestuurlijke centrum van het Boeddhisme in Thailand. Daarmee heeft hij een grote bijdrage geleverd aan de eenheid van de Thaise Sangha. Hij stond bekend als een leraar met compassie, vastberadenheid en doorzettingsvermogen, en gaf onophoudelijk les in de theorie en praktijk van het Boeddhisme.

Rol in de verspreiding van het Boeddhisme naar het westen

In de jaren vijftig zijn er verschillende westerlingen geweest die in Wat Paknam bij Phramongkolthepmuni de meditatiemethode hebben geleerd. Dit was in die tijd nog tamelijk uniek. Een aantal van deze westerlingen trad ook in als monnik, waaronder William Purfurst en Peter Morgan, met respectievelijk de ordenamen Kapilavaḍḍho en Paññāvaḍḍho. Een derde westerling, een Brit die van oorsprong van Jamaica kwam, was wellicht de eerste zwarte Boeddhistische monnik in de recente geschiedenis. Deze man was George Blake, en hij kreeg de ordenaam Vijjāvaḍḍho. Namgyal Rinpoché (Leslie George Dawson), een leraar in de Tibetaanse traditie, is ook een tijd lang in de leer geweest bij Phramongkolthepmuni.
Kapilavaḍḍho zou later in Engeland de English Sangha Trust oprichten. Paññāvaḍḍho ging later in de leer bij Phrathamvisutthimongkol, beter bekend in het westen als Ajahn Mahabua, en bleef monnik tot aan zijn dood in 2004.

Overlijden

In 1956 werd Phramongkolthepmuni ernstig ziek. Zijn ziekte raakte hem geestelijk echter weinig, en hij bleef goedgeluimd gasten ontvangen. In 1959 overleed hij in alle rust op 74-jarige leeftijd.



วันพฤหัสบดีที่ 14 เมษายน พ.ศ. 2559

Djan Khonnokyoeng


Djan Khonnokyoeng (20 januari 1909 - 10 september 2000) was een Thaise Boeddhistische non die Wat Phra Dhammakaya heeft gesticht. Ze wordt door haar leerlingen ook wel Khoen Jay Ajaan Mahā-ratana upāsikā Djan Konnokyoeng genoemd, of in het kort Khoen Yai, hetgeen een eretitel is. Ze werd doorPhramongkolthepmuni erkend als een uitmuntende leerling van meditatie, de voornaamste aan wie hij detraditie van Dhammakaya toevertrouwde. Het is in het Thais Boeddhisme zeldzaam dat een non op grote schaal wordt geëerd zoals Khoen Yai dat werd, in het bijzonder aangaande ervaring in meditatie. Sommige onderzoekers hebben daarom het voorbeeld van Khoen Yai gebruikt om aan te geven dat de positie van de vrouw in het Thais Boeddhisme wellicht complexer ligt dan voorheen werd gedacht.


Het begin van haar leven



Khoen Yai werd geboren in een familie van welgestelde boeren in de provincie Nakhonpathom, in Thailand. Zij genoot nooit een opleiding, daar dat in die tijd ongebruikelijk was voor Thaise vrouwen in de provincie. Toen zij nog kind was, vervloekte haar vader haar tijdens een dronken bui met de wens dat ze doof zou worden. Volgens het geloof van de Thai in die tijd waren de woorden van je ouders heilig, en konden deze tot vervulling komen. Na de onverwachte dood van haar vader, verlangde ze naar verzoening met haar vader, dit ook de vloek op te heffen.
Een aantal jaren later hoorde Khoen Yai dat een meditatiemeester in het toenmalige Thonburi door meditatie in staat was te communiceren met het hiernamaals. Dit was de meditatiemeester Phramongkolthepmuni. Om haar wens verzoening te zoeken met haar vader te vervullen, verliet ze haar familie en vertrok naar Bangkok om daar haar weg te vinden naar Wat Paknam Phasicharoen, de tempel waar Phramongkolthepmuni verbleef. Teneinde zich bekend te maken bij Wat Paknam, besloot ze als werkster in dienst te gaan in een huishouden waar met regelmaat een lerares van Wat Paknam op bezoek kwam. Deze lerares was Thongsoek Samdaengbpan, die later zou intreden als non. Na enige tijd begon Thongsoek Samdaengbpan Khoen Yai apart les te geven, en na twee jaar bereikte Khoen Yai de Dhammakaya in zichzelf, een zeer verfijnde toestand inmeditatie. Zij was ook in staat met haar vader contact te zoeken door middel van meditatie.


Het leven in Wat Paknam

Thongsoek Samdaengbpan bracht later Khoen Yai naar Wat Paknam om Phramongkolthepmuni daar te ontmoeten. Deze sprak haar meteen aan met de woorden: "Wat ben je laat!", alsof ze elkaar al heel lang goed kenden. Khoen Yai werd gewijd als non en Phramongkolthepmuni stond het haar toe om onmiddellijk mee te mediteren met zijn meest gevorderde leerlingen, hetgeen zeer uitzonderlijk was.[7] Doordat Khoen Yai echter zeer mager was, dachten veel mensen in de tempel dat ze een ernstige ziekte onder de leden had. Het duurde daarom tamelijk lang voordat zij in de tempel aanvaard werd. Niettemin wist ze door te zetten, en muntte uiteindelijk zodanig uit in haar meditatie, dat Phramongkolthepmuni haar prees dat ze de voornaamste leerling was, en ongeëvenaard.

De oprichting van Wat Phra Dhammakaya

Na de dood van Phramongkolthepmuni in 1959, bleef Khoen Yai in Wat Paknam om Dhammakaya-meditatie te onderwijzen aan geïnteresseerden. In de zeventiger jaren groeide het aantal geïnteresseerden zeer snel. Dit had te maken met de komst van Chayaboen Sutthiphon, een universiteitsstudent die een groot gevolg aantrok. Na zijn studie te hebben afgerond, trad hij in als monnik, en ontving de naamPhrathepyanmahamuni. Kort na die tijd besloten Khoen Yai en Phrathepyanmahamuni een nieuwe tempel op te richten -- vanwege het groeiend aantal leerlingen de meest gepaste oplossing. Een filantroop doneerde een stuk land van 313.600 m2 en dit was het begin van de tempel Wat Phra Dhammakaya. Er was weinig budget voor handen,en het land was zeer moeilijk te bewerken, maar uiteindelijk groeide het centrum snel, evenals het aantal aanhangers. Door het vele werk dat Khoen Yai in die tijd verrichtte, en door ondervoeding, was Khoen Yai een tijd lang ernstig ziek. Ondanks de moeilijkheden, groeide de tempel uiteindelijk uit tot de tempel met de grootste aanhang van regelmatige bezoekers in Thailand.
In haar laatste jaren was Khoen Yai nog steeds zeer actief. Ze overleed op 91-jarige leeftijd in Bangkok. Op haar uitvaart en crematie op 3 februari 2002, was er een groot aantal bezoekers: maar liefst 100.000 monniken kwamen hun laatste eerbied betuigen, hetgeen ongebruikelijk is voor een non in Thailand.