Phramongkolthepmuni
Phramongkolthepmuni (Sodh
Candasaro; in het Thais: พระมงคลเทพมุนี;
10 oktober 1884 –
3 februari 1959)
was de abt van Wat Paknam
Bhasicharoen, en de stichter van de Dhammakaya-traditie vanmeditatie.
Als abt van Wat Paknam wordt hij ook wel aangeduid als Luang Pu Wat Paknam,
ofwel 'De eerwaarde monnik van Wat Paknam'. Hij werd bekend als
meditatiemeester tijdens het interbellum en deTweede Wereldoorlog, en was een belangrijke
figuur in de wederopleving van het Thais Boeddhisme in die tijd. In
recente jaren hebben onderzoekers erop gewezen dat hij tevens een grote rol
heeft gespeeld in het bekendmaken van het Theravāda-Boeddhisme in het Westen, een
gegeven dat tot nog toe weinig bekend was onder onderzoekers.
Geboorte
Phramongkolthepmuni werd op 10 oktober 1884 geboren. Zijn
lekennaam was Sodh Mikaewnoi. Hij werd geboren in een familie van
rijsthandelaren in Song Phi Nong, in de provincie Suphanburi, ongeveer honderd
kilometer ten westen van Bangkok. Hij ontving een deel van zijn onderwijs van
zijn oom die monnik was, en was dus bekend met het kloosterleven van jongs af
aan. Toen hij 14 jaar was, overleed zijn vader en moest hij de handel van zijn
vader overnemen. De dreiging van dieven en andere gevaren die hij ondervond
tijdens de rijsthandel wezen hem op de futiliteit van het werelds bestaan, en
hij wilde voor het eerst monnik worden. In juli 1906, op 21-jarige leeftijd,
trad hij in als monnik in
Wat Song Phi Nong, en kreeg dePāli ordenaam Candasaro.
Opleiding als monnik
Phramongkolthepmuni werd veelzijdig opgeleid als monnik. In het
oude Theravāda-Boeddhisme bestond er een tendens de traditie van meditatie, die
met name mondeling werd overgedragen, te scheiden van de traditie van studie,
die meer werd overgedragen door middel van geschiften.Desondanks koos Phramongkolthepmuni
ervoor in beide tradities onderricht te ontvangen. In zijn dagboeknotities
geeft hij aan vanaf de eerste dag van zijn intrede als monnik elke dag te
hebben gemediteerd. We
weten ook dat hij bij vele leraren in de leer ging voor zowel meditatie als
studie, en bij verschillende tempels die als belangrijke studiecentra dienden
geschriften bestudeerde.
Ondanks dat hij bij vele leraren in de leer was geweest, en de
belangrijkste teksten meester is geworden in zijn studies, kreeg
Phramongkolthepmuni in zijn elfde jaar als monnik een groeiend gevoel dat hij
nog in gebreke was gebleven als monnik en nog niet de ware kern van de leer van
de Boeddha had bereikt. In september 1917 besloot hij de moesson door te
brengen in Wat Botbon, in de provincie Nonthaburi, de tempel waar hij ooit in
zijn eerste jaren onderwijs had genoten. Op een zeer bijzondere avond, na de
recitatie van de kloosterregel te hebben bijgewoond, besloot hij zijn leven te
geven in meditatie: hij deed een gelofte dat hij niet meer van zijn plaats zou
komen totdat hij de kern van de leer van de Boeddha had ervaren -- als hij niet
zou slagen was hij bereid dit met zijn leven te bekopen. Diezelfde
avond ontdekte hij in zichzelf wat hij later zou beschrijven als de
'Dhammakāya': een zuivere kern die in ieder mens terug kan worden gevonden, en
die ook wel het 'Lichaam van de Verlichte' wordt genoemd.Overtuigd dat dit de kern van de leer
van de Boeddha was, begon Phramongkolthepmuni een nieuwe fase in zijn leven. In
zijn dagboeknotities staat over dit moment geschreven:
"De Dhamma (d.w.z. de innerlijke ervaring van de leer van
de Boeddha) is dus zodanig diepzinnig! Wie zou zit kunnen bedenken? Het ligt
voorbij het denken. Zolang we nog ons denken gebruiken, kunnen we het niet
bereiken. Men moet het bewustzijn en het denken verenigen en tot stilstand
brengen. Maar als we tot stilstand komen, verdwijnt het bewustzijn en het
denken. Wanneer dat verdwijnt, ontstaat de Dhamma. Als dat niet verdwenen is,
kan de Dhamma niet ontstaan. Overweeg dit allen, dit is de werkelijkheid. Dit
is de sleutel: als de juiste balans niet op deze manier bereikt wordt, is er
absoluut geen weg."
Abt en leraar
Phramongkolthepmuni heeft een groot deel van zijn leven besteed
aan het verdiepen en uitdragen van de meditatiemethode die hij Vijjā Dhammakāya
noemde ('de kennis van de Dhammakāya'), en die later bekend zou worden als
'Dhammakaya-meditatie' of 'meditatie ter wille van het bereiken van de
Dhammakāya'. In de loop der tijd ontwikkelde en verfijnde hij de
meditatiemethode steeds meer, en verkreeg hij en zijn leerlingen steeds nieuwe
inzichten. Een belangrijke leerlinge van Phramongkolthepmuni was de non Djan Khonnokyoeng. Hij prees haar met de
woorden dat ze de voornaamste leerling in meditatie was, en ongeëvenaard. Een
jaar later nadat hij de Dhammakāya bereikte, werd Phramongkolthepmuni een
positie als abt van Wat Paknam toegewezen. Over een zeer lange periode tot zijn
dood in 1956, wist Phramongkolthepmuni Wat Paknam uit te bouwen van een half
leeggelopen tempel tot zowel een centrum van meditatieonderricht, als een studiecentrum
voor Pāli en
de Boeddhistische leer. Hij stelde altijd de ontwikkeling van mensen voorop. Hij
speelde tevens een belangrijke rol in de bevordering van het regulier onderwijs
in de omgeving van Wat Paknam en
was een sleutelfiguur in de bouw van Putthamonthon, het officiële bestuurlijke
centrum van het Boeddhisme in Thailand. Daarmee
heeft hij een grote bijdrage geleverd aan de eenheid van de Thaise Sangha. Hij
stond bekend als een leraar met compassie, vastberadenheid en
doorzettingsvermogen, en gaf onophoudelijk les in de theorie en praktijk van
het Boeddhisme.
Rol in de verspreiding van het Boeddhisme naar het westen
In de jaren vijftig zijn er verschillende westerlingen geweest
die in Wat Paknam bij Phramongkolthepmuni de meditatiemethode hebben geleerd.
Dit was in die tijd nog tamelijk uniek. Een
aantal van deze westerlingen trad ook in als monnik, waaronder William Purfurst
en Peter Morgan, met respectievelijk de ordenamen Kapilavaḍḍho en Paññāvaḍḍho.
Een derde westerling, een Brit die van oorsprong van Jamaica kwam, was wellicht
de eerste zwarte Boeddhistische monnik in de recente geschiedenis. Deze man was
George Blake, en hij kreeg de ordenaam Vijjāvaḍḍho. Namgyal Rinpoché (Leslie
George Dawson), een leraar in de Tibetaanse traditie, is ook een tijd lang in
de leer geweest bij Phramongkolthepmuni.
Kapilavaḍḍho zou later in Engeland de English Sangha Trust
oprichten. Paññāvaḍḍho
ging later in de leer bij Phrathamvisutthimongkol, beter bekend in het westen
als Ajahn Mahabua, en bleef monnik tot aan zijn dood in 2004.
Overlijden
In 1956 werd Phramongkolthepmuni ernstig ziek. Zijn ziekte
raakte hem geestelijk echter weinig, en hij bleef goedgeluimd gasten ontvangen.
In 1959 overleed hij in alle rust op 74-jarige leeftijd.






ไม่มีความคิดเห็น:
แสดงความคิดเห็น